7 factoren die jouw gewicht beïnvloeden (en waardoor je aan kunt komen)

7 factoren die jouw gewicht beïnvloeden (en waardoor je aan kunt komen)

Nu de goede voornemens in volle gang zijn (of misschien alweer overboord gegooid zijn), staan we massaal weer op de weegschaal. Maar alsjeblieft: neem de cijfers op dat ding met een paar flinke korrels zout. I’m begging you. Waarom? Dat zal ik je vertellen. Ik stond vanmorgen – jawel – op de weegschaal na een lange tijd en ik zag tot mijn verbazing dat ik de 60 kg aantikte. Eerst ging er heel even door me heen: wát, ik, 60 kg? Want lieve mensen, ik weeg al jarenlang tussen de 54 en 57 kg. Ik ben nu dus op mijn zwaarst. Nu denk je misschien: ach, dat kind heeft lekker van de feestdagen genoten en dat komt wel weer goed. Maar nee, dat is het dus niet. Ja, tuurlijk heb ik van de feestdagen genoten, maar ik heb 1) een supersnelle verbranding en 2) heb ik me prima weten te beheersen tijdens de feestdagen.

Na even nadenken, kon ik het ‘magische’ cijfer relativeren. Zo is er de afgelopen maanden aardig wat veranderd in mijn routine en levensstijl. Ik heb de laatste tijd bijvoorbeeld alle tijd gehad om flink te sporten en goed te eten. Ook had ik veel minder stress dan toen ik nog erg druk was met mijn vorige baan en studie. Wat ik je dus duidelijk wil maken met dit artikel is dat verschillende factoren jouw gewicht beïnvloeden. Eén cijfer vertelt je niet meteen alles, het vertelt je alleen een fractie van het geheel.

7 factoren die jouw gewicht kunnen beïnvloeden

1. Spiermassa

Heb je weleens een meting in de sportschool laten doen? In de resultaten van zo’n ‘bodyscan’ zie je dat werkelijk alles in je lichaam gemeten wordt: spiermassa, vetpercentage, BMI, etc. Dit zijn dus meerdere cijfers die een totaalplaatje vormen. Goed om eens in de 6 weken te laten doen, zodat je weet waar je staat en je nieuwe doelen kan bepalen. In mijn laatste meting kwam ik erachter dat ik aangekomen ben in spiermassa en dat mijn vetpercentage bijna te laag was. Ik kreeg dus zelfs de opdracht mee naar huis dat ik meer moest eten, anders zou het niet meer zo gezond zijn. (Dit is alweer een half jaar geleden, dus ik denk dat dat nu wel weer goedgekomen is. En dat het hoog tijd is voor een nieuwe meting, haha.) Maar even voor de duidelijkheid: je kúnt dus ook aankomen in spiermassa en dat is uiteindelijk wat je wilt bereiken. Want: gains! 😉

2. Hormoonhuishouding

Dit geldt vooral voor de dames onder ons. Een goede, gezonde hormoonhuishouding is in balans: je voelt je goed, jouw emoties en stemmingen zijn stabiel, je huid is in het algemeen rustig en je blijft op hetzelfde gewicht. Er zijn alleen bepaalde factoren die je hormoonhuishouding door elkaar kunnen schoppen, zoals het gebruik van (hormonale) anticonceptie, zwangerschap, stress, verkeerde voeding of slaapgebrek. Dit merk je door bijvoorbeeld acne, stemmingswisselingen en schommelingen in gewicht (aankomen of afvallen).

Zo kan bij orale anticonceptie (de pil) het vrouwelijk hormoon oestrogeen ervoor zorgen dat je lichaam vocht vasthoudt. Zoals je misschien wel kunt raden, heeft dit invloed op je gewicht: het kan zijn dat je een beetje aankomt. Stress kan juist het tegenovergestelde effect op de hormoonhuishouding hebben: doordat je lichaam het ‘stresshormoon’ cortisol aanmaakt en je lichaam door adrenaline in een staat van paraatheid wordt gebracht, moet het lichaam heel hard werken. Dit verbruikt veel energie – en zeker wanneer de stress lang aanhoudt en chronisch wordt – waardoor je eerder af kunt vallen. Hormonen hebben dus niet alleen veel invloed op jouw gewicht, maar ook op je algehele mentale én fysieke gezondheid.

3. Positieve energiebalans

Als je tevreden bent met je gewicht en je niet aan wilt komen of af wilt vallen, dan heb je een positieve energiebalans. Dat heeft natuurlijk niks te maken met het feit dat je tevreden bent – al is dat wel positief – maar meer met het feit dat je net zoveel energie verbruikt als dat er binnenkomt. Het kan ook zijn dat er meer binnenkomt dan dat je verbruikt: je komt aan. Wil je afvallen? Dan moet je dus zorgen voor een negatieve energiebalans: in dit geval verbruik je meer dan dat er binnenkomt.

4. Tekort aan voedingsstoffen

Je eet gezond en je bent flink aan het sporten geslagen. En toch zie je geen gewenste resultaten en lijk je zelfs alleen maar aan te komen. Volgens gezondheidsexpert Jesse van der Velde kan dit komen doordat je lichaam bepaalde voedingsstoffen mist: je krijgt ze simpelweg niet (genoeg) binnen of je lichaam kan ze niet (goed) opnemen. Hierdoor kunnen specifieke hormonen – ja, weer die hormonen – niet aangemaakt worden, die nodig zijn om af te vallen. Vitamine D en omega-3-vetzuren kunnen bijvoorbeeld invloed hebben op je gewicht. Tip: neem jouw voedingspatroon eens goed onder de loep, of schakel de hulp van een diëtist in.

aukeline.nl-smoothie

5. Verstopping (obstipatie)

Als je gevoelige darmen hebt en (vaak) last van verstopping hebt, is dit erg vervelend. Het kan zijn dat je darmen bijvoorbeeld niet goed reageren op bepaalde voedingsmiddelen (voedselintolerantie) of op stress, of dat je te weinig beweegt, te weinig drinkt of te weinig vezelrijke voeding eet. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat je een aandoening hebt aan je darmen, zoals het Prikkelbare Darm Syndroom (PDS). Het is geen lekker onderwerp, maar zodra je erg verstopt bent, zitten je darmen vol met ontlasting en kun je je zwaar en opgeblazen voelen. Dit heeft ook (tijdelijk) invloed op je gewicht.

6. Gebruik van medicatie

Bepaalde medicatie kunnen ervoor zorgen dat je aankomt, zoals anticonceptie, antidepressiva, lithium en prednison. Bijvoorbeeld doordat je vocht vasthoudt (zie ook: punt 2), je eetlust toeneemt, je meer dorst krijgt of dat je stofwisseling en/of schildklier wat langzamer gaan werken. Mocht je door willen of moeten gaan met de medicatie en je de gewichtsverandering storend vindt, dan kun je kijken of er bepaalde veranderingen zijn in je behoeftes en eetgewoonten. Misschien merk je dat je meer of minder trek hebt in eten: pas hier dan je voedingspatroon en levensstijl op aan – zeker wanneer je de medicatie voor langere tijd moet innemen. Ook hiervoor kun je het beste de hulp van een diëtist inschakelen.

7. Ouderdom

Helaas, maar waar: als je ouder wordt, kun je niet meer alles eten zonder daarvan iets te merken. Dit komt vooral door het feit dat je stofwisseling trager wordt, waardoor eten niet snel meer verteerd wordt. Hierdoor heeft je lichaam ook minder eten nodig. Daar komt bij dat ouderen in het algemeen veel minder bewegen dan jongere mensen. Als je elke dag in ieder geval 30 minuten matig intensief beweegt, door bijvoorbeeld een wandeling te maken, dan stimuleer je daarmee al je stofwisseling. Ook help je hiermee het risico op overgewicht en hart- en vaatziekten te verkleinen. Kleine moeite, veel resultaat!

Heb je iets aan dit artikel gehad, of heb je nog tips of vragen? Let me know via een reactie hieronder! X



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *